Bago 11- 13 jan 2005
 

Bago 11- 13jan


San Francisco

Met zun allen op de pick-upBago is vooral bekend om zijn liggende Shwethalyaung Boeddha en de Shwemawdaw Paya, welke 14m hoger dan de schwedagon paya (maar niet zo mooi). Maar ook wilden we het Kha Khat Wain klooster bezoeken en een dagtocht maken naar De Gouden Rots... We kwamen aan in het stadje en werden al meteen verwelkomd door een groep verkopers die ons in hun hotel wilde krijgen. We gingen mee met de laagste bieder en belandden in het San Fransisco Motel gerund door mister Aung. Wat we hier beleefd hebben geldt in meer of mindere mate voor heel Myanmar; de hotels zijn goedkoop, zijn erg schoon, warm water, eigen douche en toilet en vooral een uitstekende service van vriendelijk personeel. Ze geven advies over vertrektijden van bussen, boten en treinen, ze kopen buskaartjes zonder commissie te berekenen en staan samen met de gasten te wachten tot hun bus komt, om zeker te zijn dat mensen niet in de verkeerde bus stappen. Je kunt je wel indenken dat dit een gevoel van gastvrijheid geeft die ik hiervoor nog niet meegemaakt had...

Bago zelf...

Onder constructie...is meer een klein dorpje, en het heeft, zoals gezegd, een aantal mooie bezienswaardigheden;

aan de rand van het stadje ligt een gigantisch Boeddha van 55m lang, de op een na grootste in Myanmar. We gingen daar naartoe op onze gehuurde fietsen en waren redelijk onder de indruk van het massale bouwwerk. We vroegen ons wel af waarom het in de steigers stond, maar pas in Mandalay kregen we het antwoord: Dit was niet de originele Boeddha! Om klanten van het andere beeld weg te lokken wordt 100 meter voor het origineel een nieuwe gebouwd, welke wij dus gezien hebben... Een troost: Deze is nog wat langer dan zijn originele buurman...

de Shwemawda pagode was een beetje een teleurstelling na de Shwedagon paya in Yangon, het is een grote constructie, ook weer met goud bekleed, maar het geheel is wat afgebladderd en verwaarloosd. Tijd om door te fietsen naar de hoofdattraktie van die dag;

Mediterend...het Kha Khat Wain klooster was volgens de reisgids een mooi reisdoel, vooral omdat reizigers met open armen worden ontvangen. Na de schoenen te hebben uitgedaan (dit moet bij alle Boeddhistische plekken) zijn we dus gewoon naar binnen gelopen. Het was een groot klooster en ook erg mooi, we hebben monnikken van 3 tot 10 jaar zien zingen, de wasserette bezocht met alle gewaden en we werden uitgenodigd om een kijkje te nemen in de keuken; bonen met rijst stond die dag op het menu... Erg leuk om eens te zien natuurlijk, en het zou later blijken dat je zo in bijna alle kloosters zeer welkom bent. s-avonds was het tijd voor een pilsje en vroeg naar bed want de volgende dag gingen we al vroeg een dagtocht maken.

De Gouden Rots

De bijna 20 meter hoge rotsEen van de meest heilige symbolen in Myanmar is De Gouden Rots, deze rots balanceerd op het randje van de afgrond op de top van mount Kyaiktiyo en is een plek waar veel pelgrims naartoe komen. Volgens de legende blijft de rots op zijn plaats door een precies geplaatste haar van de boeddha in de 7,3 meter hoge stupa op de top en daardoor valt hij dus NET niet naar beneden...
Met de bus ga je eerst naar Kinpon, waarnaar een pick-up truck je naar de voet van de berg brengt. Vandaar is het een uur lang lopen, stijl bergopwaarts. De truckrit is indrukwekkend; zoveel mogelijk mensen worden in de laadbak geladen (zittend op houten planken) en door het oerwoud en de heuvels ga je dan naar boven. Dit uur op de truck is vermoeiender dan de volgende klim naar de top, maar een mooie ervaring... En uiteindelijk waren we daar: De Gouden Rots! Het is niet echt te verklaren hoe deze rots op de rand blijft hangen, dus namen we maar aan dat het ECHT een haar van de Boeddha is... Ook is niet echt uit te leggen waarom dit zo een opmerkelijke plek is, ik hoop dat de foto dit wat duidelijker kan maken. Het was in ieder geval een mooie dag met een lange weg terug, na ruim 5 uur waren we pas weer in het hotel...

Opmerkelijk:

Soms zijn het net western-stadjes- Zoals bij bijna alle Boeddhistische heiligdommen mogen vrouwen deze niet aanraken. Dunja was hier natuurlijk niet blij mee, maar ze was toch zo sportief om van mij een foto te maken, waarop ik stiekum probeer de rots van de rand te duwen...
- Op de weg terug van de gouden rots kwamen we aan in Kyaiktiyo, en de voorlaatste bus naar Bago was al vertrokken vertelden ze ons. Pas om tien uur kwam de volgende, twee uur wachten dus... Nog voordat we bij een restaurantje aanschoven riep plots iemand Bago! en een bus raasde voorbij. We keken op maar hadden geen tijd om iets te roepen want de volgende bus kwam al voorbij. Bago! werd er weer geroepen en we sprongen op en liepen naar de weg. Was dit de laatste bus? Komen er nog meer? Niemand sprak Engels, en de volgende bus hebben we maar eigenhandig aangehouden. Nadat de chauffeur vertelde dat ook deze naar Bago ging was onze verbazing en opluchting compleet... Om 5 uur s-ochtends kregen we onze wake-up call, de bus naar Pyay vertrok al vroeg en zou ons daarna naar de kust brengen...