Chiang Mai 15- 19 feb 2005
 

Chiang Mai 15- 19feb


De stad

Een Akha vrouw in Chiang MaiMet de bus dit keer naar Chiang Mai, maar liefst 17 uur in de bus maar dat was dit keer wel erg relaxt. Ik had genoeg beenruimte om mijn benen te strekken, we kregen gratis sinaasappelsap, water, chips en maar liefst 2 keer een maaltijd. De Thai weten hoe ze mensen moeten verwennen... Tijdens de rit ook 2 films, Troy en Hellboy. Bij aankomst in de stad eerst maar eens op zoek naar een Guest house en bij de eerste was het meteen raak, lekker goedkoop met een eigen badkamer, het enige probleem lag in het aantal muggen op de kamer. Ik noemde het dan ook Mosquito Guest House i.p.v. Muang Thong Guest House, maar na een uurtje muggenjacht was ook dat probleem opgelost.
Chiang Mai is een relaxte stad in het noorden van Thailand, het ligt aan de Mae Nam Ping rivier en het oude centrum is omringd door een gracht die door deze rivier gevuld wordt. Ook zijn nog delen van de oude stadsmuur te zien, welke 700 jaar geleden gebouwd is ter bescherming tegen de Burmesen. De meeste reizigers komen naar Chiang Mai om een trektocht te maken naar de heuvels, waar de nomadenstammen leven, en ook ik was natuurlijk geinteresseerd...

Dag 1

De eerste dag heb ik een hotel gezocht, wat boodschappen gedaan (ja, ook dat moet gebeuren), wat geinternet en de stad een beetje verkend, ook heb ik een dagtocht geregeld voor de volgende dag:

Dag 2

Ik was dit keer weer eens lekker lui en heb een standaard trektocht geboekt en voor 14 euro werd ik de hele dag beziggehouden inclusief lunch. s-ochtends werd ik bij het hotel opgehaald en samen met nog 4 anderen, Peter en Louisa uit Engeland en 2 Japanners, gingen we (onder begeleiding van gids Niu) meteen op weg. De tocht zou ons door de provincies HangDong en Sangpatong brengen

De olifanten

In de rimboe op een olifant...Het is een stuk relaxter dan kameelrijden, rijden op een olifant en ik mocht zelfs op de hals van de olifant zitten, met mijn benen achter zijn oren, en dat zonder eraf te kelderen. Goed, he?
Later kregen we ook nog wat uitleg over de verschillen tussen de Afrikaanse olifant en de Aziatische, met het meest opvallende detail dat de Aziatische olifant geen slagtanden heeft. Mijn olifant heette Boen Kja en zijn bereider vertelde dat hij en Boen Kja al 7 jaar bevriend waren. Al snel had ik door dat Hoei Hoei sneller betekende, maar dat maakt met olifanten niet zo veel uit (te eigenwijs). Na deze mooie olifantenrit door het oerwoud gingen we weer de minibus in voor de volgende stop, de Mae Wang watervallen en vervolgens:

De stammen

Het weven van de klerenIn totaal zijn er in noord Thailand 7 Hilltribes nomadenstammen in de heuvels waarvan we de Mong- en de Karenstam hebben bezocht. Als eerste de Mongstam waar we wat rond konden wandelen en konden kruisboogschieten met een handgemaakte kruisboog. Daarna een bezoek aan de Karenstam. Beiden stammen zijn eeuwen geleden uit China overgekomen en het belangrijkste geloof dat beide stammen aanhangen is de verering van de geest van de voorouders. Vooral in de kleding en de gewoonten zijn de verschillen tussen de stammen zichtbaar, bijvoorbeeld bij de ene stam dragen de vrouwen korte rokken met een broek eronder en bij de ander dragen ze lange rokken (vraag me niet waarom...). Een stam die ook zeer bekend is in Thailand is de Akhastam, bekend van verkoop van handgemaakte kettingen en hoeden op straat. Je ziet ze door heel Thailand, en vooral in de restaurants komen ze langs om te verkopen. Aangezien toerisme het voornaamste inkomen van zo een stam is geeft een bezoek wel vervormd beeld, veel faciliteiten zijn ingericht voor de toeristen, zo komt een telefooncel in een nomadendorpje van 65 bewoners wat gemaakt over... Maar toch wel leuk om te zien, vooral omdat de huizen en de kleren nog authentiek zijn en ook nog grote delen van de stammen leven van het land en eten wat ze jagen.

Vlotteren

Als afsluiter van de dag gingen we wildwatervaren op een bamboevlot. Er werd ons verteld dat we maar beter alle zakken leeg konden halen, we konden wel eens nat worden... De 2 Japanners gingen niet mee, en met ons drieen gingen we op weg, Peter en Louisa zittend en ik werd gecharterd om mee te helpen, staan achterop het vlot met een stok om ons vooruit te duwen. Maar ik hoefde niet hard te werken, de stroming was erg snel en ik gebruikte de stok meer om mezelf overeind te houden. Ik had mijn camera aan de gids gegeven voor een paar leuke fotos, maar hij heeft helaas geen fotos gemaakt. Maar toch een leuke afsluiter van de dag, en inderdaad, we waren behoorlijk nat... s-avonds zijn Peter, Louisa en ik nog een paar pilsjes gaan drinken, om deze dag goed af te sluiten...

Dag 3

De oude tempelVandaag ben ik maar eens de stad goed gaan verkennen en met de reisgids in de hand door de stad gebanjerd. Er waren een paar mooie Wats, tempels, welke ik wilde zien en ook wilde ik naar de nachtmarkt.
De tempels waren niet zo indrukwekkend als wat de reisgids deed geloven. Maar het is ook wel wat lastig, als je de tientallen meters hoge gouden tempels van Burma gewend bent om nog onder de indruk te zijn. Wat wandelend zag ik plots een grote oude tempel staan in het midden van de stad en ben het terrein maar ens opgelopen. Ik bleek aangeland te zijn in een monnikkendorp (daar leek het wel op), overal liepen monnikken, er waren scholen waar monnikken aan het studeren waren en gebouwen waarin ze wonen. Een erg leuke plek om te zijn, en ik heb hier een uurtje of wat rondgelopen, af en toe pratend met wat monnikken, erg mooi, hier!

Dag 4

Tempel op de bergDoi Inthanon is de hoogste berg van Thailand (2595 meter) en is het centrum van het Doi Inthanon nationale park. Het is vanuit Chiang Mai met de bus te bereiken. Ook kun je hier weer een dagtochtje regelen, maar ik had veel meer zin om zelf op pad te gaan. In de bus raakte ik aan de praat met Dhaa, een masseuze uit Chiang Mai en het uur in de bus naar Chom Thong vloog voorbij. In Chom Thong stapte ik over op de Sawngthaew, oftewel Pick-up wagen naar Mae Klang en met de volgende Sawngthaew naar de top van Doi Inthanon.
Mae Klang is een grote waterval en aangezien daar veel toeristen stoppen, kun je vanaf daar de pick up nemen, aldus de reisgids... Maar het was die dag erg rustig en ik bleef maar wachten, en wachten, en wachten. Ik kon zelf ook een pick-up charteren, maar dat koste 7 keer zo veel, dus ik bleef nog maar even wachten. Plots kwam er een groep aan die wel geinteresseerd was in een ritje naar de top, en ik ging er even bij staan. Ik verstond er niets van, maar een aantal keer hoorde ik ze Farang, buitenlander, zeggen en wist ik dat het over mij ging. Voor 100 Baht met de pick-up naar de top, dat is 2 euro voor 1,5 uur bergopwaarts, daar heb ik maar ja op gezegd...
Bij een aardbeienkwekerDe top zelf was niet zo indrukwekkend, wat daarna kwam des te meer: De familie (Cambodjanen, wat later bleek) had nog wat meer afgesproken en zo stopten we een aantal keer op de weg terug naar beneden; Bij 2 grote Boeddhatempels (waar de hele familie ging bidden) met een prachtig uitzicht over het gebergte, bij een indrukwekkende waterval (waar de hele familie 2000 keer op de foto ging, ook samen met de Farang) en bij een bloemen- en aardbeienkwekerij in de bergen. Een leuke rit, vooral omdat de familie zo leuk was (en de dochter sprak wat Engels).

Dag 5

Dit was weer de dag van vertrek, na weer een heerlijke noedelsoep als ontbijt en wat internetten ging ik op weg naar het busstation, weer met de bus, dit keer naar Chiang Rai.