Pakse 2- 6 mrt 2005
 

Pakse 2- 6mrt


De grensovergang

In de pick-upDe reis van Bangkok naar Pakse was eigenlijk een makkie, de mensen vertellen welke pick-up je moet pakken en de grensovergang is slechts een formaliteit. Dus:

- Van Bangkok naar Ubon Ratchatani met de nachttrein (3e klas, dus de hele nacht zitten op een bankie);
- In Ubon met een pick-up van het treinstation naar het busstation;
- Van hier met een bus of Pick-up naar Phibun;
- Vanaf Phibun met de pick-up naar Chong Mek;
- Vanaf hier achter op de motor naar de grensovergang;
- Na de formaliteiten lopend de grens over (Yes, ik ben in Laos!);
- Hier proberen ze je weer een motor aan te smeren, maar je kunt gewoon naar de pick-up lopen (in Vang Tao) en daarmee naar Pakse rijden (staand achterop de pick-up had ik al een mooi uitzicht over Laos);
- In Pakse pak je op het busstation de pick-up naar het centrum van de stad;

In totaal 16 uur onderweg en mijn reis door Laos begon dus in Pakse...

De wereld is zo klein...

Altijd veel kinderen op straatBij aankomst in Pakse checkte ik in bij Sabaidi 2 Guest House, door de reisgids aangeraden en dat is ook weer zeer terecht. Net als in Thailand moet je ook hier jezelf inschrijven bij aankomst, ze vragen dan naar paspoort, visa, land van afkomst, etc. Bij degene die voor mij ingecheckt had, stond ingevuld Holland, en even verderop geboorteplaats Engelen. Ik wist dat de man die aan tafel zat net binnen was gekomen, dus ik vroeg hem waar ergens uit Engelen. Nee, zei hij, gemeente Engelen, ik ben geboren in Bokhoven, maar woon nu al jaren op de maaspoort... Mijn verbazing was compleet, aangezien ik ook geboren ben in Bokhoven en nu woon op de Maaspoort.
Hij bleek een neef te zijn van Johan v.d. Leeden (de eigenaar van Het Veerhuis in Bokhoven), genaamd Hans v.d Leeden, en we hadden netuurlijk wat verhalen uit te wisselen... Samen met een Italiaan, Jacobo, zijn we s-avonds wat door de stad gelopen en hebben we een pilsje (Beerlao) gedronken, Joske (...) de Japanner ging niet mee...

Pakse

Franse huizenPakse (waar de Se Don rivier uitmond in de Mekong rivier) is een rustig stadje in het zuiden van Laos en is het centrale punt voor reizen in het zuiden van Laos. De stad is, net als de rest van Laos, vaak verovert geweest en de restanten daarvan zie je nog overal terug, vooral de Franse periode is overduidelijk: Europese huizen, Franse tekst op de reclameborden en een Ecole Premaire Pakse in het centrum. De eerste dag ben ik weer eens wat gaan rondlopen het was die dag erg bewolkt en het begon zomaar te regenen, wat niet zo vaak voorkomt buiten de Moesson tijd...

Pakse zelf is een stad wat je in 1 dag wel gezien hebt, het meeste is vooral rondom de stad te beleven en vooral ook ten zuiden rondom en op de Mekong rivier. Ten zuiden van de stad ligt het Bolaven Plateau, een afgevlakt stuk gebergte met veel kleine dorpjes, mooie en hoge watervallen en veel oerwoud. Ik had besloten om niet de standaard toer te doen die door het gasthuis werd aangeboden, maar zelf een motor te huren om het Plateau te gaan verkennen. Dezelfde avond raakte ik aan de praat met Michel, een Canadees, en hij vertelde me dat hij ook zoiets wilde gaan doen, maar niet alleen... We besloten om samen te vertrekken en onderweg wel te zien wat er zou gebeuren..:

Op de scootert

Willempie!Op de motorscooter (110cc) gingen we vroeg in de ochtend op weg naar het plateau. We werden al geinformeerd dat 1 dag niet voldoende zou zijn voor het plan dat we hadden, dus we hadden meteen maar wat extra kleren meegenomen, voor een overnachting. Ons eerste doel was de Tad Lo watervallen en het gelijknamige dorpje wat daarbij ligt. Maar de weg daar naar toe was al fantastisch, door zowel kinderen als ouderen werden we toegeroepen: Sabaidi!, hallo!, en ze stonden te lachen en te zwaaien. Normaal komen hier niet zoveel westerlingen en zeker niet op een motor. 110cc bleek meer dan genoeg te zijn, want de 100 km/uur haalden we zelden, vooral waar hutten stonden liepen geiten, varkens, honden en kinderen langs de weg en geen van allen hadden gehoord van veilig oversteken... De eerste stop was bij een dorpje en we zijn het dorpje even ingelopen. De mensen kijken wel wat vreemd, maar ze lachen wel allemaal vriendelijk, wat ons een teken gaf dat we wel welkom waren. Het bleek een katholiek dorpje te zijn, wat op zich al erg vreemd is in een voornamelijk Boeddhistisch land, en ze bleken ook nog een kerk te hebben. Al vroeg kwamen we aan in Tad Lo, waar we meteen maar op een terrasje zijn neergestreken. We raakten meteen al aan de praat met een Ier en een Utrechter en ze gaven ons de tip om een wandeling te maken van 10 kilometer rond de waterval (de Cecet rivier) en na een paar pilsjes zijn we dat ook gaan doen. Het bleek een erg goede tip, de waterval was mooi, maar vooral de wandeling door en rond de dorpjes was prachtig! De mensen verbouwen van alles rond en in de rivier, van koffie en thee tot ui en rijst en de kinderen staan allemaal weer te roepen, Sabaidi!

In het dorpTerug bij het restaurant hebben we maar eens geinformeerd naar hotelkamers en het restaurant had ook een hotel (Hotel Sephaseuth) met goedkope kamers. Na de douche raakten we aan de praat met een paar duitse meiden en later kwamen ook nog 2 duitsers een Fransman en een Italiaan erbij zitten en hebben we gegeten, gedronken en gekaart tot de late uurtjes. De volgende ochtend zijn we weer op weg gegaan naar de volgende attraktie, de Tad Fane waterval en deze bleek erg indrukwekkend! 120 meter hoog en de waterval kun je zien vanaf de klif aan de overkant, erg indrukwekkend en we probeerden ons voor te stellen hoe de waterval er uit zou zien tijdens het regenseizoen...
Bij terugkomst in Pakse heb ik het s-avonds niet te laat gemaakt, want de volgende dag moest ik weer vroeg op voor de boottocht naar Champasak