Samosir 18- 21 aug 2005
 

Sumatra: Samosir 18- 21aug


Medan

Mesjid RayaHet doel was dit keer Samosir op het Toba meer. In de bus viel het weer eens op hoe veel noord-Sumatra afhankelijk is van de rubber plantages en de palmoliebomen. Overal waar je kijkt, meer plantages dan jungle... Voordat ik naar het Toba-meer ging kwam ik aan in de hoofdstad van Sumatra; Medan, om geld te pinnen, wat te internetten en de grootste moskee van Sumatra te bezichtigen.
Ook liep ik nog de Australiers Matt en Red tegen het lijf, die hun zinnen gezet hadden op het surfen op het eiland Nias. Echte surfers, en ze hadden net als ik begrepen dat Nias nog steeds niet opgeknapt is na de Tsunami. Ik wilde daar gaan duiken, maar zag daar van af, omdat ik van meerderen hoorde dat vooral het duiken niet veel zal zijn. Maar de echte hardcore surfers gaan natuurlijk wel; Dude! We hebben met een aantal mannen van het hotel (Zakia) een lekker pilsje (natuurlijk Bintang) gedronken... En de volgende dag was het weer tijd om te vertrekken, echter niet voordat ik om 4.30u tot 05.30u een concert kreeg voorgeschoteld van de gigantische Mesjid Raya, de grootste moskee op Sumatra (recht tegenover het hotel): Kom bidden! was de boodschap waarschijnlijk, maar dat heb ik maar overgeslagen.

Samosir

Mijn huisjeMet de lokale bus (ouwe bende, hoop lawaai, erg gezellig) rechtstreeks van Medan naar Parapat aan het Toba meer waar de boot naar het schiereiland Samosir vertrekt. Maar ook Samosir heeft weer een schiereiland van zichzelf; Tuk Tuk, en dat is waar de meeste toeristen uithangen.
Het hele meer is ontstaan nadat een aantal miljoenen jaren geleden een vulkaan op erg gewelddadige manier uitbarstte en een gigantische krater achterliet. Het is nu het grootste meer van Sumatra, met een groot bewoond eiland. Ik had Tuk Tuk als doel gesteld, en kwam terecht bij hotel Merlyn, gerund door Ana. De Batak noemen elkaar traditioneel als ouder-van-de-eerstgeboren, dus Ana wordt hier mama Alliza genoemd. Ik kreeg een traditioneel Batak huis, met balkon op het meer, en met een eigen eilandje.

De Batak zijn de (oude) bewoners van het eiland en je kunt hier veel van hun verleden terugvinden; oude begraafplaatsen van voormalige koningen; veel prachtige Batak huizen; de traditionele Batakdans en natuurlijk de mensen, gek op hun muziek en trots op hun eiland.
Ik kwam meteen de eerste dag al aan de praat met een paar Batak jongens, die me uitnodigden voor zelf gevangen vis en tapioca van de barbeque. s-Avonds zaten we met een aantal mensen muziek te maken en te zingen (Malo Malo Maho), onder het genot van Jungle Juice, een zelfbrouwsel gemaakt van palmvruchten. Jungle-JuiceIk vond het maar een stinktroepje en hield het lekker bij bier (ja, ja, wat dat betreft blijf ik eenkennig). De avond was wel beregezellig en van op tijd naar bed kwam weer niet veel terecht.
 
De volgende dag huurde ik van een van de jongens zijn motorscooter en ging ik een dag Samosir verkennen. En het eiland zit vol met tradities en geschiedenis. Wat meteen al opvalt is de geloofsmix van het Christendom en het Animisme (voorouderverering). Bij de tombe van een oude koning zie je het kruis en ook de maskers van de voorouders (een beeld wat je veel ziet, ook op de oude huizen), en onderweg de vele begraafplaatsen met dezelfde tekens. Ook heel mooi was de voorstelling van de traditionele Batak dans in het noorden van het eiland en de natuurlijke warmwaterbronnen in het westen (met de gebruikelijke zwavel -rotte eieren- stank).
Maar het meest leuke van de hele tocht was wel de zuidkant van het eiland. Hier komt normaal gesproken niemand, omdat de wegen slecht zouden zijn (en dat bleek overigens ook wel), maar dat maakt het allemaal zeker niet minder interessant.
 
Vooral toen ik langs een dorpje kwam waar flink muziek werd gespeeld. Ik had toevallig iemand achterop (een lifter uit dat dorpje) en ik vroeg of het goed was dat ik even ging kijken. Rond het eilandDe mensen zijn erg gastvrij, en ook op dit feestje werd ik met open armen ontvangen; de mensen praatten tegen me aan, de popcorn-verkoper wilde wat aan me verkopen, de muziek was lekker luid en de dansvloer was vol! Maar toen pas zag ik dat er een (halfopen) kist midden op de dansvloer stond!!! Het bleek een begrafenis naar Batak- gebruiken, met veel dans en lachende, zingende mensen...
Terug naar Tuk Tuk bleek volledig over de bergen te gaan, met erg slechte wegen (soms vroeg ik me af of ik in een droge rivier reed of nog steeds op de weg) en met prachtige uitzichten over de bergen.

En:

Het Animisme- Het valt ook weer op hoe weinig reizigers er zijn in Sumatra. Voornamelijk door de tsunami staan veel hotels leeg, zitten mensen zonder werk en met veel te veel souvenierwinkeltjes. en zijn ook de restaurants nog niet voor 10 procent gevuld.
- Waarom doet Indonesie niks aan de slechte wegen? Ik weet waarom; zodat de masseurs hun werk kunnen blijven doen. Mijn schouderbladen en mijn onderrug hebben dus ook maar gekozen voor een massage, een traditionele Batak massage uitgevoerd door Khomi, de zus van de eigenaresse

En ook aan dit bezoek kwam weer een einde, de boot bracht me weer naar het vaste land, waar weer een nachtbus me naar de volgende plek zou brengen...