--------BONAIRE--------
 

Bonaire


 

De geschiedenis

De eerste bewoners van Bonaire waren de Caiquetio indianen die het eiland vanaf Venezuela bereikten rond 1000 n. Chr. Restanten van deze indiaanse cultuur zijn onder andere te vinden in de vorm van rotstekeningen in de buurt van Onima aan de oostkust van Bonaire.

In 1499 landden Alonso de Ojeda en Amerigo Vespucci als een van de eerste Europeanen op Bonaire. Zij namen het eiland voor Spanje in bezit. In 1633 veroverde Nederland Bonaire op de Spanjaarden. Het kwam onder het gezag van Wouter van Twiller, gouverneur van de nieuwe Nederlanden, en kwam onder bestuur van de West-Indische Compagnie. Deze importeerde een klein aantal slaven voor landbouw (voornamelijk hout, maïs en zoutwinning). Slaven die in de zoutwinning werkten, verbleven in slavenhutjes bij de zoutpannen, nauwelijks hoger dan 2 meter. Deze hutjes zijn nog steeds te zien op Zuid-Bonaire. De slavernij is er in 1863 afgeschaft.

In het begin van de negentiende eeuw verloor Nederland de heerschappij over de Antillen twee maal aan Groot-Brittannië. Toen de eilanden in 1816 definitief aan Nederland werden toegewezen, bouwde de Nederlandse overheid Fort Oranje in Kralendijk om het eiland te beschermen. De kenmerkende vuurtoren in het fort is gebouwd in 1868. Zout was inmiddels de grootste bron van inkomsten voor het eiland. De productie was zo groot geworden dat er vier obelisken gebouwd werden om de schepen naar de zoutpannen te leiden. Inmiddels wordt het zout vooral gebruikt voor vaatwasmachines en in strooizout voor gladde wegen. De rechten van AKZO op de zoutwinning zijn al een aantal jaren geleden overgedaan aan Cargill, een Amerikaans bedrijf.

Onder koningin Juliana werden de Antillen in 1954 een autonoom deel van het Koninkrijk der Nederlanden. Toen de Nederlandse Antillen op 10 oktober 2010 als land werd opgeheven, werd Bonaire een Bijzondere gemeente van Nederland. Op 12 september 2012 mochten inwoners van Bonaire voor het eerst stemmen bij verkiezingen voor de Tweede Kamer.