----------COLUMBIA----------
 
Columbia
 

De geschiedenis
 
In het precolumbiaanse tijdperk werd het land bewoond door inheemse volken met verschillende niveaus van beschaving en organisatie. 300 tot 400 jaar voor onze jaartelling trokken Chibcha-sprekende indianen vanuit Midden-Amerika naar Colombia, Venezuela en Ecuador. Toen de Europeanen rond 1500 Zuid-Amerika begonnen te ontdekken was de Chibcha de meest prominente etnische groep.
De koloniale overheersing van de Spanjaarden begon, aangemoedigd door de de mythe van 'El Dorado', de overvloedige bron van goud. De verovering van Columbia werd gekenmerkt door plundering van het Indiaanse cultuurgoed, afdwinging van Spaanse gebruiken en religie, en slavernij. Het harde Spaanse regime en de besmettelijke ziektes die de Spanjaarden onbewust hadden geïntroduceerd leidden tot een sterke afname van de Indiaanse bevolking. Daarom werden Afrikaanse slaven naar Colombia gevoerd om het werk in de mijnen en de plantages uit te voeren.
 
Pas in 1819 was er sprake van een echte onafhankelijkheid onder leiding van Simón Bolívar en Francisco de Paula Santander. Simón Bolívar werd de eerste president van Colombia. Colombia bestond toen nog uit het huidige Colombia en Ecuador, Venezuela en Panama. In 1830 werd Bolivar afgezet wat leidde tot het uiteenvallen van de Republiek. Ecuador en Venezuela ontstonden als onafhankelijke staten, Panama bleef nog onderdeel van Colombia tot 1903. Van het begin af was de politieke situatie onrustig. In 1903 leidde een militaire opstand, gesteund door de VS die het Panamakanaal wilde bouwen, tot de afscheiding van de toenmalige provincie Panama. Vanaf 1948 vond een bloedige volksopstand plaats nadat de liberale presidentskandidaat Jorge Eliécer Gaitán werd vermoord. De volksopstand in Bogota, met 2500 doden tot gevolg, verspreidde zich over het gehele land. Deze strijd, bekend als 'La Violencia', heeft het leven gekost aan waarschijnlijk meer dan honderdduizend mensen. Steden en dorpen werden platgebrand en meer dan een miljoen mensen vluchtten naar Venezuela.
 
De huidige politieke situatie is onrustig. Tegenover de overheid ontstonden linkse guerrillagroepen FARC en ELN. Grootgrondbezitters richtten privélegers op ter verdediging van hun land. Daaruit ontstonden paramilitaire rechtse strijdgroepen waarvan de AUC de grootste is. Met de opkomst van de cocaïneproductie bewapende de maffia zich ook op grote schaal. De strijd tegen paramilitair geweld, guerrilla, cocaïnemaffia, corruptie en machtsmisbruik is van voortdurende invloed op de politieke situatie. Zo werd in 2002 nog presidentskandidaat Íngrid Betancourt, voorstander van dialoog, door de linkse guerrillagroep FARC ontvoerd.
Hoewel er bezwaren zijn tegen de tolerante houding van de regering tegenover de paramilitairen, de besproeiingen van cocaplantages en het inzetten van burgerbevolking bij de strijd steunt de bevolking in meerderheid dit beleid, want Uribe werd in 2006 voor een tweede termijn gekozen.



Visum: Niet nodig
Beste reistijd:

Het hele jaar door is het warm, het regenseizoen is minder aangenaam. Dit loopt van april tot midden december. De prijzen zijn dan wel lager en de hotels niet zo vol.